Au! Ik heb spierpijn! Terug naar het ‘nieuwe normaal’. En een heel erg ja-nu-weten-we-het-wel gevoel.

Maandag

Naar school! Noor gaat alleen. Althans. Mag ze toch met ons meelopen? Ja, dat altijd natuurlijk. De laatste honderd meter spurt ze er vandoor.
‘Doei!’
Pippa klemt haar handje in die van mij. Die is er nog niet helemaal klaar voor en vindt het allemaal een beetje spannend. Aangekomen op school blijkt het allemaal reuze mee te vallen. Er hangen vlaggetjes. En er staat een juf om iedereen naar het juiste plekje te wijzen. En een overdreven blij ‘Hai! WAT! FIJN! DAT! JE ! ER! WEER! BENT!’ te roepen. Wat helpt natuurlijk, bij deze doelgroep.
Ik loop weg en schiet een beetje vol. Dat was het dan. 8,5 week 24/7 op elkaars lip leven en nu opeens vijf uur alleen. Het voelt alsof er een arm geamputeerd is. Niet dat ik weet hoe dat voelt. Maar het is leeg.

Ze komen bizar blij uit school.

Met Noor had ik een afspraak gemaakt. Geen vriendinnen mee naar huis, wel afspreken in de speeltuin. Leek me wel even prima voor de eerste dag.

Noor doet gewoon lekker wat ze zelf wil en neemt toch iemand mee. Want het maakt toch niet waar waar iedereen zijn limo drinkt. Nee. Dat maakt ook niet uit. Afspraken niet nakomen vind ik dan wel weer een ding.

Even later staat ze alleen in huis.

‘Waar is Pippa?’
Die had ze voor het gemak even bij vriendin x achtergelaten.

Ik ontplof.

Ik ben er niet trots op. Het is gewoon alles bij elkaar. Het leven was zo fijn simpel de afgelopen maanden. Noor speelde met Pippa. Pippa met Noor. Overzichtelijk. Ik wist waar iedereen was. En als ik iets afsprak, dan kwam dat aan. Ik kon met gemak mijn werk doen, zonder dat ik me zorgen hoefde te maken of de een of de ander zich nog wel vermaakte.

Hoe makkelijk ik de afgelopen maanden er doorheen fladderde. Hoe ingewikkeld mijn autistische ik dit opeens weer vind. Ik vind het de moeite waard om te onderzoeken waar het vandaan komt. Die onrust. Tips zijn welkom.

‘s Avonds mag Noor weer dansen en loop ik een blokje om met mama M. We mogen namelijk niet meer aan tafel wachten.

Dinsdag

Vandaag ga ik voor het eerst weer paardrijden. Ik heb een hoofdpijn die echt niet normaal is, ik kijk scheel voor mijn gevoel. Maar ik ga wel heen, dit feestje laat ik mij niet ontzeggen. We rijden buiten. Van half negen, tot half tien. Het begint langzaam te schemeren, de lucht wordt paars. We krijgen een bui op ons hoofd. Wat heerlijk!

Woensdag

De kinderen naar school. Ik lekker keihard aan het werk. ‘s Middags mogen ze allebei dansen. Ze hebben er weer zin in en komen glunderend weer terug.

Donderdag

We moeten even een rondje. In de auto vinden ze mijn paardrijcap. ‘Mogen we hem op?’
Het mag. ‘Nu is het net of je me uit paardrijden hebt opgehaald.’
Ze spelen dat ze net een springwedstrijd hebben gehad. Ik lig in een deuk.

Ik moet wat ophalen bij de Blokker vandaan. Vier rollen Easypull. Ik posteer mijn kinderen buiten de winkel, ik doe mijn handen met gel. Pak een mandje. De meneer van de Blokker pakt de vier rollen en houdt ze tegen zijn borst, de laatste rol houdt hij met zijn lip tegen.

GAT.VER.DAMME.

Vandaag een overleg met het bestuur van de ouderraad. Er is nog weinig om over te praten eigenlijk. Alles is natuurlijk afgelast. Wat sneu voor de kinderen, met name voor groep 8.

Vrijdag

Small group! Wat heb ik het gemist. Heerlijk om weer even te knallen met mijn sportmatties.
Ik vertel dat ik zondag een afspraak heb staan om te gaan bootcampen.
‘Hou je niet van jezelf ofzo?’ vraagt S.
Ik moet lachen.
We hebben het over het trainen via de ZOOM-lesjes. Ik heb een aantal mensen fanatiek mee zien doen. Het blijkt dat dat in retrospect wel meeviel.
‘Oké, dus feitelijk hebben jullie sportkleding aangetrokken, een lekker Insta-fähige foto gemaakt en dat was het?’
En dan gaan we over op de orde van de dag. Waar kun je al lekker uit eten? En welke terrassen gaan binnenkort open?

Noor mag vandaag naar de kapper. Ze is erg blij dat haar door mij bewerkte coronaplukjes eindelijk in een model zullen verdwijnen. De kapster moet een beetje lachen om mijn poging. Snap ik.
Met Pippa loop ik wat doelloos een rondje door het winkelcentrum wat inmiddels is veranderd in een soort doolhof met pijlen. Mondkapjes. In elke winkel gel. 1 Mandje per persoon. En overal de melding dat we anderhalve me…

‘Ja mam, nu weten we het toch wel?’
Inderdaad… nu weten we het wel. Er is niets leuks meer aan het winkelen. Afzetlinten die in allerijl zijn opgehangen. Doe even je best om er iets van te maken…

Ik huil van binnen als ik zie hoeveel doekjes, gelletjes en wat niet meer gebruikt worden om de schijnschoon op te houden. Zou een handenwastappunt aan het begin en eind van elke winkelstraat niet effectiever zijn?

Zaterdag

De sticky chicken uit Jamie Oliver roepen mij al sinds de herfstvakantie van 2019 om gemaakt te worden. Het is er nog niet van gekomen, tot vandaag.

Het resultaat is volgens Pippa een 2. Pippa is een zeer kritische eter. Ze wil later kok worden. Voor haar zus die DJ wordt. En dan gaat ze in het land waar Noor optreedt ook gratis eten geven aan mensen die niets hebben.

‘s Avonds proberen we een nieuwe escape game met D&N.

Zondag

Om 10:00 is het zover. Ik mag bootcampen. Buiten. En het is lekker weer. Sportman M begint met een rondje hardlopen. Twee keer. Oh christ. Ik heb twee maanden lang echt geen fuck aan conditie gedaan. Normaal gesproken kwam dat bij het crosstrainen en boksen vandaan.

Daarna gaan we datzelfde rondje hardlopen met oefeningen er tussen. Squats, mountainclimbers (door het gras tijgeren), jumping jacks (voor de speeltuin), opdrukken (in het zand) en walking lunges (zei je lunch?).
En dat vijf keer.
Ik ben natuurlijk rotverwend met mijn gevarieerde trainingen met grapjes tussendoor.
‘Ik vind 100 altijd zo’n lekker getal!’ roept sportman M vanaf de kant.
Zou ik ook vinden. Als ik het niet hoefde te doen.
Daarna doen we nog 100 buikspieroefeningen. Hollen we nog een rondje om een vuilnisbak en doen we er nog 100. Want 100 is een lekker getal.

Daarna spreken we op anderhalve meter even de weken door. Vriendin E en ik.

‘Mama, als ik later kok wordt, mag ik dan van jou een briefje waarop staat hoe je een goede pizzabodem maakt?’
Ach Pipje. Je bent zo lief.

We eten verse tagliatelle en ik maak even zelf een broodje vooraf.

Daarna komen mijn ouders hun deel van de Appie bestelling weer ophalen en bingewatchen we Vis a Vis.
N: Leopoldo is nu ook dood. We zagen het aankomen… ;-).

Deze week gepubliceerd

Deze week op de agenda

  • Hemelvaartweekend
  • heel veel bloggen hoop ik!
Print Friendly, PDF & Email