Ik schrijf dit terwijl voor mijn huis een enorme ravage wordt opgeruimd, mensen even stil blijven staan en zien wat een ongelofelijke troep het is. Over het leven tegenover een pinautomaat…

Maandag
De vaatwasser heeft het begeven. Kon er wel bij na dat platte bandje van vorige week en met de decembermaand in het vooruitzicht. Hij was 14 jaar oud, dus het is niet zo heel erg allemaal. Maar er gaan wel veel dingen achter elkaar stuk. Ik zoek een nieuwe uit met vette technologie, die zelfs beloofd plastic droog te blazen. Hallo nieuw vriendje.

‘s Middags naar de uitvaart van K. Wat mij opvalt aan Westerveld is dat er een bordje staat met ‘plechtigheden’. Meervoud. Hm. Het is wel een prachtig plekje en ik ben plaatsvervangend trots op mijn vriendin A en haar moeder. Wat een bikkels en wat ontzettend mooi gesproken. Als je al van mooie uitvaarten kunt spreken dan is dit er een van. Ik moet stiekem glimlachen bij the Final Countdown. K had een uitstekend gevoel voor humor. Als ik naar voren loop, kijk ik nog eens naar die vriendelijke man die geprojecteerd staat op de witte muur van de aula. Dag K., je hebt wat moois achtergelaten. ‘s Avonds mag ik wijn bij het eten vind ik. En nog een GT erna. Wat een rare dag.

Dinsdag
P komt ziek thuis uit zijn cursus. Ik ga ‘s avonds paardrijden en dat voelt ook niet helemaal lekker. Ik doe stappend mijn rondjes en mijn paard blijft daardoor een beetje koud en houterig. Sorry Blue.

Woensdag
Werken, ballet.

Donderdag
Werken, B12 prikkie. ‘s Avonds een blokje om, even naar de stad, waar het enorm ongezellig is. Dan nog maar even mijn pakjes bij mijn ouders wegbrengen, die altijd als pakhuis fungeren.

Vrijdag
Op vrijdag krijg ik een ontzettend leuk compliment. Die kon ik wel even gebruiken. Waar sommige mensen het nodig vinden om iemand zo veel mogelijk neer te halen, zijn er gelukkig ook nog mensen erg blij met me.

Zaterdag
Vroeg ons bed uit, we gaan naar de intocht in de haven van ons dorpje. Het is druk op de kade. Een heerlijk lekker dorps ‘feessie’ (we blijven West-Friezen).


Na de intocht ga ik heel even aan het werk en vervolgens inkopen doen. In de Middenwaard lopen wel 100 pieten rond denk ik. Wel sfeervol!

Als ik thuiskom maak ik snel pizzadeeg. Vanavond op de bank met een filmpje (Jack bestelt een broertje op Netflix). Lekker! Ik maak dan altijd een plaatpizza, verdeel hem in vieren en iedereen mag hem naar eigen inzicht beleggen.

Zondag
Rustig ontbijten, uitgebreid douchen. Ik ga naar mijn ouders om wat kadootjes in te pakken. Mijn tante en oom zijn er ook. Tante vindt dat ik die pakjes wat slordig inpak. En ze wil alles even keuren voor het ingepakt wordt. Ik geef haar een schaar en een rol papier. Ze helpt graag even. Zo is het een gezellig klusje.
Ze willen wel en portje. Het is tenslotte al bijna twaalf uur. Mijn vader vraagt zich af of er nog port is. Ik opper de suggestie om anders even zijn schoen te zetten om dit probleem op te lossen. Gelukkig vind hij toch nog een fles.
Dan doe ik de boodschappen voor een week. Thuisgekomen duik ik een uurtje mijn bed in, ik ben een beetje koud en warm en koud en warm en koud.
Ik kom er nog even uit om pilaf te maken. Omnomnom. Smaakt nog prima met een paar scheuten sambal erin. En dan ga ik weer naar bed. Ik ontdek Toon op Netflix. Val in slaap. Kijk een stukje tv, val in slaap.

Om half vier KABOEM! Ik zit rechtop in bed. Mijn hart klopt in mijn keel. What. The. Fuck was dat? 9, 8, 7, 6…. Oh. Plofkraak!
Ik kijk door het raam. Eén grote stofwolk. En dan ook maar weg bij het raam, want a) ik zie toch geen flikker en b) plofkrakers lopen nog wel eens met een pistool te zwaaien. Dan volgt een tweede explosie. Man, wat een geweld. Noor komt uit bed gestrompeld.
‘Watwasdat?’
‘Erm… een plofkraak.’
‘Boeven?’
‘Ja,..’
‘Mag ik kijken?’
‘Nee, nog even niet.’
‘Mag ik bij jullie in bed?’
Als het stof is weggetrokken zien we dat het een énorme puinhoop is.
‘We gaan even thee drinken… ‘
We gaan naar beneden. Ik zet Noor op het aanrecht neer. Op straat lopen allemaal mensen. De hulpdiensten arriveren. De straat wordt afgezet. Het is druk. We zien de vader van een klasgenootje van Noor voorbij stuiven in zijn auto, die werkt bij de brandweer. Een buurman met ontbloot bovenlijf. Een andere buurman in korte broek. Er zit een scheur in een raam van een van de huizen, auto’s zijn beschadigd. Het pand zelf is echt uit elkaar geploft.
Noor vind het geweldig spannend allemaal. Ze vraagt zich af of klasgenootjes het ook hebben gehoord. Die knal. En vind het wel stoer dat ze even heeft kunnen kijken. Nu kan ze weer rustig slapen.
Na een uurtje duiken we ons bed maar weer in. P vraagt zich af of dat zin heeft en vertrekt direct maar naar zijn werk. Lekker op tijd.

Ik heb er express geen foto’s bij gedaan, omdat ik vind dat die imbecielen geen enkel platform verdienen met hun vernielzucht.

Wonen tegenover een pinautomaat is eigenlijk niet aan te raden. Eens in de zoveel tijd heb je zo’n kraak, de rest van het jaar in het weekend dronken types voor de automaat staan. Die dronken lallend ‘pinnnennnnn’ roepen. Hele vergaderingen vinden voor dat ding plaats.

Hou deze week even mijn Instagram in de gaten, er komt een leuke winactie aan!

De vorige whereabouts lees je hier: #295

Deze week gepubliceerd:

De komende week op de agenda:

  • Sinterklaasfeestje #1
  • shoppen
  • wijntje met C
  • kappertje
Print Friendly, PDF & Email